"Leven met Posttraumatische Dystrofie - CRPS na bedrijfsongeval"

Sinds 2007 heb ik Posttraumatische Dystrofie door een bedrijfsongeval aan beide knieën opgelopen. Vanaf dat moment is mijn leven in een klap zeer ingrijpend veranderd.

Voor mij zijn er inmiddels al enkele "verloren" jaren gepasseerd, waarbij door diverse artsen, de voorbereidingen, de onvoldoende aandacht, de vooroordelen, de verkeerde diagnose, de verkeerde medicijnen, de onjuiste uitspraken er allen voor hebben gezorgd dat mijn Posttraumatische Dystrofie aandoening (beiderzijds) inmiddels van de acute fase in de chronische fase terecht is gekomen, wat verstrekkende gevolgen heeft voor mijn toekomst.


Vandaar dit informatie BLOG op internet over CRPS & bedrijfsongeval. Hopelijk kunnen slachtoffers en/of patiënten via WANDOU'S CORNER sneller bruikbare informatie, links, tips, etc. vinden.

TIP: Sinds 2010 ben ik onder behandeling van een deskundig pijnbehandelcentrum (het LUMC) in Leiden. Hier worden CRPS patienten daadwerkelijk serieus genomen en tevens zeer deskundig behandeld.

Sinds februari 2011 is er helaas ook CRPS/Posttraumatische Dystrofie in mijn rechter enkel/voet ontstaan!!!


"Posttraumatische dystrofie is een zeer ernstig te nemen aandoening."

"Ziektebeeld"
Posttraumatische Dystrofie (PD) is een complicatie die na een letsel of een operatie aan een ledemaat, arm of been ontstaat. De ernst ervan staat los van de ernst van het letsel. Zo kan een klein letsel, bijvoorbeeld een kneuzing van de hand, een ernstige vorm van PD geven. Een zwaar letsel, zoals een gecompliceerde enkelbreuk, kan in lichte mate PD tot gevolg hebben. PD is een van de belangrijkste oorzaken van functieverlies en invaliditeit na ongevallen of operaties aan een ledemaat. Alle weefsels en alle functies van een arm of been kunnen door PD worden aangetast. Er kan ernstige invaliditeit en moeilijk te behandelen pijn optreden. De patiënt kan in een maatschappelijk en sociaal isolement terecht komen. Jaarlijks krijgen 8.000 mensen deze complicatie na een letsel. In enkele gevallen ontstaat PD spontaan. Het overgrote deel van de 8.000 mensen geneest binnen korte tijd, veelal zonder restverschijnsel. De overige patiënten krijgen te maken met een langdurige of zelfs chronische situatie. Naar schatting zijn er tenminste 20.000 chronische PD-patiënten in Nederland. Posttraumatische dystrofie is een aandoening die bij alle leeftijden voor komt, maar vaker bij mensen tussen de 45 en 60 jaar en meer bij vrouwen (75%) dan bij mannen. Ook is het een aandoening die wereldwijd wordt aangetroffen zoals in Amerika, Engeland, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Frankrijk, België, Italië, Zuid-Afrika, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland. Posttraumatische dystrofie is in Nederland ook bekend onder de namen Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie. Er zijn heel veel benamingen voor en in de literatuur worden wel 50 verschillende namen vermeld. De laatste tijd komt de term CRPS type I (Complex Regionaal Pijnsyndroom) steeds meer in opgang. De gangbare Amerikaanse benaming is Reflex Sympathetic Dystrophy (RSD).

"Theorieën"
Er is een aantal theorieën over het ontstaan van PD waarbij de theorie over de (over)reactie van het sympathisch zenuwstelsel en de ontstekingstheorie op de voorgrond staan.

"Sympathische reflex theorie"
Het ontstaan van PD wordt in deze theorie toegeschreven aan een over-reactie van het sympathisch zenuwstelsel. De verstoring van het sympathisch zenuwstelsel leidt tot veranderingen in kleur, temperatuur en zweten van het lidmaat. Niet alle verschijnselen van PD kunnen vanuit deze stoornis worden verklaard.

"Abnormale ontstekingsreactie theorie"
PD is, volgens deze theorie, een abnormale (steriele) ontstekingsreactie waarbij zuurstofradicalen een grote rol spelen. Er zouden teveel zuurstofradicalen worden gevormd waardoor gezond weefsel beschadigd wordt. Het normale herstel zou uit de hand lopen. De kenmerkende verschijnselen bij een ontsteking zijn roodheid, zwelling, warmte, functiestoornis en pijn.

"Theorie en bewijs: lokale neurogene ontsteking"
Er wordt vanuit gegaan dat op basis van weefselschade er een ontstekingsreactie tot stand komt die primair tot doel heeft tot genezing te leiden, maar echter op hol slaat. De ontstekingsreactie heeft tot gevolg dat er lekkage van zenuweiwit ontstaat. Dit heeft vervolgens weer tot gevolg dat er in de beslisstations in het ruggenmerg en hogere centra, veranderingen optreden die leiden tot ontregeling van het onwillekeurig zenuwstelsel en de symptomen van allodynie, dystonie en spasme.

Bewijsvoering: er is aangetoond dat bij posttraumatische dystrofie sprake is van een lokale neurogene ontsteking.

"Symptomen"
De symptomen van posttraumatische dystrofie zijn:


I. 4 of 5 van de volgende symptomen:
- onverklaarbare diffuse pijn, veelal brandende pijn en in een gebied groter dan het oorsponkelijk letsel
- verschil in huidskleur (rood of blauw)
- diffuus oedeem, zwelling
- verschil in huidtemperatuur (warmer of kouder dan het andere ledemaat)
- actieve bewegingsbeperking o.a. door pijn en stijfheid

II. het ontstaan of verergeren van symptomen na inspanning

III. symptomen in een gebied aanwezig groter dan het gebied van het eerste letsel of operatie, en in ieder geval in het gebied distaal van het eerste letsel. Deze symptomen verergeren na inspanning waarbij na hele korte tijd al een verheviging van bovenstaande reacties kan optreden. De pijn kan extreme vormen aannemen. Bij ongeveer 5% is er sprake van een zogenaamde koude dystrofie en is het ledemaat koud en blauw.

Andere verschijnselen die op kunnen treden zijn:

"Sympathische verschijnselen"
Overmatige zweetafscheiding: het ledemaat kan kletsnat worden. Veranderde nagel- en haargroei: op het ledemaat kunnen lange haren gaan groeien en de nagels groeien snel.

"Zenuwaantasting"
Er kan een grote gevoeligheid voor pijnprikkels ontstaan. Behalve dat men de pijn 'van binnen' voelt kan er ook zogenaamde aanrakingspijn aanwezig zijn. Men kan het niet verdragen als de huid, hoe licht ook, bijvoorbeeld met een veertje of wattenbolletje, wordt aangeraakt. Er kan een verminderd tastgevoel ontstaan of men ervaart dat het ledemaat niet meer bij het lichaamsschema hoort (het gevoel of de hand bijvoorbeeld erg ver weg is). De spierkracht neemt snel af en men heeft geen kracht meer om een kopje vast te houden of een zware deur te openen of een stukje te lopen. In ernstige gevallen kan de totale spierkracht verloren gaan en is er sprake van een (pseudo)-paralyse. Men heeft een verlamming maar op een EMG-onderzoek is er geen afwijking te zien.

"Tekenen van dystrofie of atrofie"
Na maanden kan het ledemaat er schraal en ingevallen uit gaan zien omdat het onderhuids vetweefsel en de spieren grotendeels verdwenen zijn. Op een röntgenfoto is vaak botontkalking te zien. Ook kunnen de gewrichten onherstelbare schade hebben opgelopen. Verdere complicaties kunnen zijn: contracturen, moeilijk te genezen zweertjes, enorme zwelling, ongecontroleerde bewegingen, verkrampingen. Het is mogelijk dat de PD uitbreidt naar andere ledematen. Wanneer men genezen is, is de kans dat PD terugkomt, er een recidief is, aanwezig.

Hoe snel moet men erbij zijn?
Diagnose en behandeling binnen de drie maanden na het zich inzetten van de aandoening is cruciaal. Men moet dus snel op blijvende pijn na operatie of ongeval reageren en/of doorverwijzen, en het niet afdoen als, "het zal wel beteren". Indien men reageert op je pijn en de CRPS snel ontdekt, dan heb je als patiënt nog alle kansen om te verbeteren. De aandoening is nog maar in de prille beginfase en kan nog gestild worden, zodat de gevolgen minimaal zijn. Voorwaarde is wel dat de behandeling die men je geeft aanslaat. Er zijn ondertussen al veel verschillende behandelingen om uit te kiezen. Weet dat in een aantal gevallen niets aanslaat en de aandoening toch erger wordt.

Wat is een botscan?
Een trifasische botscan is een van vele onderzoeken die een arts kunnen helpen de diagnose te stellen. CRPS is echter een klinische diagnose, d.w.z. dat een arts, in de eerste plaats, reageert op de symptomen. Een botscan is geen middel om ja/neen de diagnose te stellen. Een trifasische botscan kan positief/negatief zijn al naargelang het stadium waarin je verkeert. Tot hiertoe kent CRPS geen enkel onderzoek dat precies kan vaststellen of je de aandoening hebt of niet. Je klachten, je historiek, de tekenen en symptomen zijn uiterst belangrijk.

Is CRPS psychologisch?
Er is geen bewijs dat de aandoening psychologisch is. Er zijn al een aantal bewijzen geleverd dat de aandoening fysisch is; zo werd bvb. in de jaren 90 onderzoek verricht aan de universiteit van Nijmegen, waarbij men kon aantonen dat de zenuwen van CRPS patiënten dezelfde soort schade vertonen als die van diabetici.

Komt het enkel bij mensen voor?
Neen. Er zijn gevallen van CRPS bekend bij honden.

Hoe zit het met pijn?
De pijn bij CRPS is zeer moeilijk onder controle te krijgen. De pijn, die niet wijkt, is hoger dan die van niet-terminale kanker, en hoger dan de pijn bij een eerste bevalling. De behandeling moet dan ook aangepast zijn aan de pijn die je hebt.

Kan het zich verspreiden?
Ja. In 70% van de gevallen kan het zich verspreiden. Eerst doorheen het aangetast lidmaat, vaak naar het uiteinde: naar hand, voet, schouder. Het kan zich spiegelen, d.w.z. verspreiden naar het tegenoverliggend lidmaat, bvb. van been naar been. Of CRPS kan verspringen, bvb. van been naar arm. Volgens het boek, "Living with RSDS", van Linda Lang & Peter Moskovitz, MD kan bijna elk deel of systeem van het lichaam aangetast raken. Abnormaliteiten van de ademhaling, van het hart, of de spijsvertering kunnen ontstaan. Ook darm en blaas dysfuncties kunnen voorkomen.

Zijn er ook dingen die men niet mag doen?
Ja. De sympathectomie, zowel chirurgisch en chemisch; een permanente zenuwblokkade met zware gevolgen. Amputatie. Chirurgische procedures op het aangetaste lidmaat. Gipsen. Immobiliteit. Toepassing van ijs. Deze dingen zorgen er vaak voor dat CRPS zich meer gaat manifesteren dan voorheen, of ze hebben een negatief, onvoorspelbaar effect op de aandoening. Men moet erg voorzichtig zijn met deze "behandelingen", en in geval van een dringend noodzakelijke chirurgische ingreep moet men de nodige voorzorgen nemen.

Wanneer stopt het?
Volgens het boek, "Living with RSDS", van Linda Lang & Peter Moskovitz, MD dat dit in het algemeen beschouwd, kan CRPS duren van een paar weken tot de rest van je leven. Er kunnen periodes zijn van remissie, waar de tekenen en symptomen minder worden of verdwijnen, maar dat kan niet uitsluiten dat het niet plots weer erger wordt, zonder aanleiding of door een nieuw ongeval of nieuwe operatie.


EEN BEDRIJFSONGEVAL EN DAN?

Tip 1
Ga bij klachten direct naar uw huisarts! Het liefst nog dezelfde dag, maar in ieder geval zo spoedig mogelijk. Aarzel niet bij uw huisarts een bezoek te brengen, ook als u denkt dat het wel meevalt. Niet alle gevolgen van opgelopen letsel zijn direct te overzien. U doet er goed aan om alle klachten die u na het ongeval bij u zelf bemerkt direct met uw huisarts te bespreken. Wellicht denkt u later dat het bezoek aan de arts achterwege had kunnen blijven. Dat is dan heel prettig, omdat u dan voorspoedig bent hersteld. In een slechter geval, wanneer u wel klachten houdt voor een langere tijd is het goed wanneer de huisarts direct op de hoogte is gebracht. Er kan dan informatie over uw klachten worden ingewonnen vanaf kort na het ongeval hetgeen een vervelende discussie met de aansprakelijke verzekeraar kan voorkomen.

Tip 2
Schakel een belangenbehartiger (Letselschadebureau + indien nodig ook de Arbeidsinspectie) in, voordat verdere contacten met de tegenpartij of diens verzekeraar plaatsvinden. Uw belangenbehartiger kan u van advies voorzien of kan zelf de contacten voor u laten plaatsvinden. Zorgt u er in ieder geval voor dat er een belangenbehartiger tijdens een bezoek van de verzekeraar (of een door de verzekeraar ingeschakelde schaderegelaar) aanwezig is. Nog beter is het om niet zelf op een verzoek van de verzekeraar voor zo’n bezoek in te gaan. Ook is het natuurlijk van belang dat zo spoedig mogelijk een aansprakelijkstelling wordt verzonden om uw belangen veilig te stellen.

Tip 3
Houdt vanaf het begin uw schade bij. Dit voorkomt dat u later zaken over het hoofd ziet of dat noodzakelijk bewijs van gemaakte kosten niet meer voorhanden is.



"DIVERSE BELANGRIJKE SCHADEPOSTEN"

1. Smartengeld

2. Reiskosten/kosten begeleiding
- artsen ziekenhuis, fysiotherapie, bedrijfsartsen e.d.
- extra kosten i.v.m. reizen b.v. auto i.p.v. fiets
- grotere auto i.v.m. rolstoelvervoer.
- eigen bijdrage aangepast vervoer.
- opgenomen vakantiedagen voor bijvoorbeeld de begeleiding en verzorging van kinderen.

3. Extra reiskosten:
- taxikosten of reiskosten gemaakt door vrienden/familie.

4. Verlies verdienvermogen niet alleen het verschil in bruto-salarismaar ook:
- pensioenverlies waaronder ook de gevolgen voor uw nabestaanden
- spaarloonregeling levensloopregeling
- verlies reiskostenvergoeding (het deel dat bijdraagt aan de vaste lasten)
- onkostenvergoeding (voorzover daar geen reële kosten tegenover stonden)
- loon in natura als kleedgeld, lunch, koffie, soep etc.
- representatiekosten
- (automatische) salarisverhoging
- provisie tantième bonus winstdeling 13e maand gratificatie
- ziekenfondspremies en premies wao-gat spaarregelingen- premie ongevallen/invaliditeitsverzekering (vaak via CAO geregeld)
- vakantiegeld vakantiebonnen
- lagere fiscale aftrekposten of aftrek tegen een lager tarief
- gemis aanvullende alleenstaande ouderkorting of arbeidskorting
- gemis lease-auto
- gemiste vergoedingen voor kinderopvang.
- verstrekking bij 125 of 25 jarig dienstverband
- uitgaven voor scholing

5. Verlies van rechten in de sociale zekerheid:
Het komt bijvoorbeeld nogal eens voor dat een slachtoffer na een ongeval in de WW belandt. Een eenmaal gebruikt WW-recht dient weer opgebouwd te worden.

6. Annuleringen/afzeggingen/zinloos geworden uitgaven:
- vakanties die al geboekt zijn
- abonnementen op bijv. sportschool dansles
- cursuskosten examengelden nutteloos geworden studieboeken
- zinloos geworden (doorlopende) uitgaven voor bijvoorbeeld een paard, een motorfiets, een boot. terwijl het niet meer mogelijk is daar gebruik van te maken.

7. Ziektekosten:
- eigen risico- verlies van no-claim voor de ziektekostenverzekering- niet verzekerde kosten fysiotherapie, alternatieve geneeswijzen, opvang e.d.
- toekomstige ziektekosten bijvoorbeeld bij tandheelkundige protheses: een brug is niet voor de eeuwigheid bedoeld. Ook orthopedische hulpmiddelen hebben vaak een beperkte levensduur.

8. Aanpassingen van de thuissituatie:
- verplichte verhuizing vanwege immobiliteit o.i.d.
- extra verwarmingskosten vanwege gedwongen thuiszitten.
- aangepast meubilair
- aangepaste woning
- kinderoppas
- oppas vanwege arts/ziekenhuis bezoek

9. Telefoonkosten/porti/kopieerkosten

10. Huishoudelijke hulp:
- door vrienden/familie- door ingehuurde kracht- Ook in het geval van inwonen bij anderen vanwege de verzorging
- verpleeghulp

NB let op bij het waarderen van de eigen bijdrage AWBZ. Soms is het gevolg van een uitkering van de verzekeraar dat men een hogere eigen bijdrage moet gaan betalen.

11. Zelfwerkzaamheid:
Soms verrichten betrokkenen aanzienlijke werkzaamheden aan bijv. een woning om deze woning dan 5 jaar later met winst te verkopen. Ook dit kan een aanzienlijke schadepost zijn.
- schilderwerkzaamheden
- tuinieren
- opknappen/verbouwingen
- auto wassen
- hulp bij verhuizing

12. Verzekeringen:
- de onmogelijkheid verzekeringen en/of hypotheken af te sluiten (tegen normale voorwaarden). Hogere premie of uitsluitingen
- noodzaak verzekering af te sluiten i.v.m. Handicap bijvoorbeeld een verzekering voor het ene oog als het andere verloren is gegaan door een ongeval.

13. Vakanties/Sport en Spel:
- hogere kosten omdat slapen op een luchtbed of varen met een boot niet meer gaat.
- renteverlies bij een aanschaf bijvoorbeeld caravan i.p.v. tent.
- kosten van aangepaste sportbeoefening een sportrolstoel bijvoorbeeld maar ook de hogere reiskosten omdat de training en de wedstrijden niet naast de deur plaatsvinden

14. Schadebeperkende maatregelen:
- Vaak is het mogelijk om schade te beperken maar die maatregelen kunnen soms zeer kostbaar zijn. Denkt u daarbij aan het inschakelen van Arbeidsdeskundige of reïntegratie-instellingen. Wanneer iemand kosten maakt die bedoeld zijn om de schade te beperken komen deze voor vergoeding in aanmerking. Ook wanneer de maatregelen niet succesvol zijn. Voldoende is dat er een redelijke grond bestond om te denken dat die maatregelen succesvol konden zijn. De schadebeperkingsplicht rust overigens ook op de aansprakelijke partij.

15. Zelfstandigen naast het verlies arbeidsvermogen
- verlies fiscale mogelijkheden afschrijvingen FOR zelfstandigen aftrekmogelijkheid auto op de zaak te zetten etc.
- gedwongen verkoop bedrijfbedrijfspand of bedrijfsmiddelen


Letselschade is onder te verdelen in materiële schade en immateriële schade oftewel smartengeld.

Materiële schade
Materiële schadeposten zijn onder te verdelen in kosten van herstel, kosten inzake blijvende invaliditeit, verlies van arbeidsvermogen (inkomstenderving) en verlies van doe-het-zelf capaciteit.

Kosten van herstel
Hieronder vallen zowel geneeskundige kosten, voor zover niet verhaalbaar via het Ziekenfonds of de Ziektekostenverzekeraar, alsmede de hiermee verbandhoudende kosten zoals aanschaf ziekenhuiskleding, reiskosten voor ziekenhuisbezoek, vervolgbezoeken artsen, telefoonkosten etc.

Kosten inzake blijvende invaliditeit
Dit kunnen kosten zijn met betrekking tot het aanbrengen van aanpassingen aan de woning of de auto. Ook kosten voor aanschaf van hulpmiddelen vallen hieronder. Deze kosten zijn verhaalbaar voor zover bijvoorbeeld de gemeente of bedrijfsvereniging geen vergoeding toekent.

Verlies van arbeidsvermogen (inkomstenderving)
Als gevolg van een ongeval kan men (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raken waardoor men in inkomen terugvalt. Het verschil tussen enerzijds het oorspronkelijke inkomen en de te verwachten inkomensgroei en anderzijds de ontvangen uitkering (bijv. WAO/Wajong of WW) wordt aangeduid als inkomstenderving en komt voor vergoeding in aanmerking.

Verlies van doe-het-zelf capaciteit
Door een ongeval is het mogelijk dat men het huishoudelijk werk of het onderhoud aan het huis of tuin niet meer zelf kan verrichten. Dit verlies van zelfverdiencapaciteit wordt op een geldbedrag gewaardeerd, zodanig dat deze werkzaamheden tegen betaling aan een ander kunnen worden uitbesteed.

Immateriële schade
Immateriële schade oftwel smartengeld is een vergoeding voor schade wegens geleden en nog te lijden pijn, smart en/of gederfde en nog te derven levensvreugde. Het is dus een vergoeding voor leed; voor gekwetste gevoelens.

Het is moeilijk deze schade op geld te waarderen omdat deze niet exact is uit te rekenen. Voor het bepalen van smartengeld is het nodig dat de aard en de ernst van het letsel wordt vastgesteld. Vervolgens kan het bedrag voor smartengeld worden berekend aan de hand van vergelijkbare rechterlijke uitspraken.


Het Complex Regionaal Pijn Syndroom

CRPS, of posttraumatische dystrofie is een uitermate pijnlijke- en vaak invaliderende aandoening die doorgaans ontstaat na een botbreuk, een operatie of een ander lichamelijk trauma. Zowel over het ontstaan als de beste behandeling ervan tasten artsen en onderzoekers nog vrijwel in het duister. In Nederland hebben een aantal wetenschappelijke instellingen de handen in elkaar geslagen om deze aandoening te onderzoeken. Trend heet dit onderzoek, wat staat voor Trauma RElated Neuronal Dysfunction. Het is ten eerste de bedoeling om uniforme criteria en objectieve meetmethoden op te stellen voor de diagnose van de aandoening. Om uiteindelijk tot effectieve therapieën bij CRPS te komen, is het nodig meer te weten over de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van de aandoening. Mogelijk gaat het om een verzameling van nauw verwante aandoeningen, elk met een eigen ontstaansgeschiedenis. Voorlopig gaan de onderzoekers ervan uit dat twee mechanismen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van CRPS. Ten eerste neuronale inflammatie, dat wil zeggen een ontstekingsproces in de zenuwen. En ten tweede centrale sensitisatie, het fenomeen dat aanhoudende, acute pijn in een orgaan of weefsel via een aantal biochemische processen, zoals de aanmaak van extra receptoren in het zenuwweefsel, na verloop van tijd leidt tot chronische pijn, waarbij de oorspronkelijke pijnprikkel niet langer de uitlokkende factor is. Ten slotte willen de onderzoekers de verschillende behandelingsmethoden op hun waarde testen. Therapieën, zoals vaatverwijders, corticosteroïden of vrije radicalenvangers of het aanbrengen van een zenuwblokkade, werken niet bij iedereen. Sommige patiënten genezen spontaan, andere na een behandeling en naar schatting twintig procent van de patiënten met CRPS geneest niet en raakt blijvend invalide door de aandoening.

De algo(neuro)dystrofie of syndroom van Sudeck is een pijnlijke ziekte met uiteenlopende klinische symptomen. Ze tast meestal de voeten, de handen of de schouders aan; ook andere gewrichten kunnen getroffen worden. De oorzaak is nog onbekend. Tien procent van de vastgestelde algodystrofieën evolueren naar een chronische vorm. Een vroegtijdige diagnose en medische verzorging bieden evenwel een grotere kans op snelle genezing. Algodystrofie komt voor op alle leeftijden, zowel bij mannen als vrouwen. Bij kinderen is de ziekte meestal minder ernstig en geneest ze sneller dan bij volwassenen. De ziekte heeft heel veel verschillende namen,in de literatuur zijn er zo'n 50 bekend.Vooral ook post-traumatische Dystrofie wordt veel gebruikt,evenals Sudeck Dystrofie (of Atrofie) en Sympathische Reflex Dystrofie. De laatste tijd komt de term CRPS type I (Complex Regionaal Pijnsyndroom) steeds meer in opgang. De gangbare Amerikaanse benaming is Reflex Sympathetic Dystrophy (RSD).

Oorzaken:
• De oorzaak van de aandoening blijft onbekend, maar in meer dan 80% van de gevallen kan er wel een oorzaak aangewezen worden.

De meest voorkomende factor (bij 50 tot 70% van alle algodystrofieën) is een traumatisme, een verwonding:
- verbrijzeling van een ledemaat,
- breuk, luxatie, verstuiking,
- verbranding,
- door een wapen veroorzaakte wonde,
- eenvoudige kneuzing.

• Andere factoren zijn:
- orthopedische heelkunde (zelfs minder belangrijke), artroscopie
- hart- of vaatchirurgie (zeldzamer)
- immobilisatie d.m.v. gips
- pijnlijke kinesitherapie
- geneesmiddelen (barbituraten, isoniazide)
- puncties en infiltraties zelfs wanneer deze correct werden uitgevoerd,
- reumatische, cardiovasculaire, ademhalingsaandoeningen of neurologische aandoeningen
- zwangerschap

• Andere individuele factoren lijken het optreden van een algodystrofie te bevorderen:
- hypertriglyceridemie,
- hyperthyroïdie
- psychologische factoren: bij een patiënt op drie stelt men overdreven reacties vast op stress (angst, paniek) alsmede een neiging tot depressie of een narcistische persoonlijkheid. Algodystrofieën zijn daarentegen zeldzaam bij vastbesloten of ambitieuze personen.

Symptomen:
Men moet aan algoneurodystrofie denken bij elke blijvende pijn, vooral wanneer die optreedt tijdens de verbetering van een van de mogelijke oorzakelijke factoren. In de evolutie van de algodystrofie onderscheidt men klassiek drie stadia:

Stadium I of de warme fase:
Wordt gekenmerkt door ernstige en brandende pijn met variabele intensiteit die door beweging en oefening erger wordt. Die verergering van de pijn bij oefening lijkt het meest vroegtijdige symptoom van algodystrofie te zijn. Functionele invaliditeit evoluerend naar toenemende stijfheid komt frequent voor. De fase wordt als warm gekwalificeerd wegens de plaatselijke ontsteking. Roodheid, warmte en plaatselijke zwelling zijn klassiek hoewel niet constant. Een gelokaliseerd bovenmatig zweten of een glimmende huid zijn ook mogelijk. De gemiddelde duur van fase I bedraagt 3 maanden. In de minder ernstige gevallen duurt die fase enkele weken, verzacht dan spontaan of reageert vlug op de behandeling. Ze kan soms ook langer duren.

Stadium II of de koude fase:
De pijn verergert nog en wordt vager. De huid verschrompelt en wordt bleek, een gevoel van koude. Het oedeem verspreidt zich en wordt steeds erger. Soms uitvallen van de lichaamsbeharing, de nagels worden bros, barsten of krijgen een gestreept uiterlijk. Er vestigt zich een osteoporose, eerst pleksgewijs, vervolgens meer gemarkeerd en diffuus. Het gewricht zwelt op. De spieren verschrompelen.

Fase II kan 3 tot 6 maanden duren.

Stadium III of de stabiliseringsfase:
De pijn verdwijnt geheel of gedeeltelijk. De symptomen worden uiteindelijk onomkeerbaar. Voor een groot aantal patiënten wordt de pijn resistent tegenover elke behandeling en kan die het ledemaat in zijn totaliteit betreffen. Sterke verzwakking van de spieren. De gewrichten van de voet of de hand worden extreem zwak; ze hebben een beperkte beweeglijkheid. Een beperkt percentage patiënten ontwikkelt een veralgemeende over het hele lichaam.

Behandeling:
Er bestaat geen consensus over de behandeling van algodystrofie. Bepaalde auteurs stellen dat genezing zelfs zonder therapie mogelijk is, anderen beweren dan weer het tegendeel. Een ding is zeker: zodra de diagnose gesteld is, moet men met de behandeling beginnen om de duur van de aandoening te beperken. De overgang van een behandeling naar een krachtiger behandeling is maar gerechtvaardigd in geval van mislukking of bij zware intolerantie ten opzichte van de aanvankelijke behandeling.

• Indien de diagnose in de warme fase wordt gesteld, moet een behandeling met zalmcalcitonine of salcatonine aangevat worden. Die is 50 maal krachtiger dan de menselijke calcitonine, maar moet wel met een injectie of via een neusspray toegediend worden. Enkel de injecteerbare bereidingen worden voor het ogenblik terugbetaald. De neusspray is voorbehouden aan patiënten die lijden aan de ziekte van Paget of vertebrale verzakkingen bij osteoporose. Braakneigingen, misselijkheid en flushes (roodheid in het gezicht) zijn frequente ongewenste effecten bij het begin van een behandeling met injecties. Een onderhuidse injectie 's avonds (vanaf 17 uur) wordt over het algemeen beter verdragen dan op een ander ogenblik van de dag. De toediening van een antibraak middel beperkt de misselijkheid aanzienlijk. Het gebruik van een antihistaminicum werkt het flusheffect van de calcitonine tegen.

• Betablokkers geven eveneens goede resultaten, vooral op de pijn in het eerste stadium. De dosissen moeten individueel aangepast worden.

• De kinesitherapie die altijd pijnloos moet blijven, bestaat in een actieve eventueel geassisteerde mobilisering, balneotherapie en wisselbaden. De katroltherapie, de houdingen en de passieve mobilisering moet men vermijden. De kinesitherapie mag nooit in een hyperalgetische fase (toegenomen gevoeligheid en verlaagde pijndrempel zoals bij oppervlakkige verbranding van de huid) voorgesteld worden.

• Paracetamol en niet-steroïdale ontstekingsremmers zijn niet efficiënt. Infiltraties met corticoïdenbezinksels zijn daarentegen wel efficiënt.

• Indien de behandeling niet aanslaat, kan een speciale behandeling worden gevolgd in een pijnkliniek. Die geeft goede resultaten maar is zeer pijnlijk en is af te raden bij hartpatiënten.

• Een andere behandeling die goede resultaten lijkt te geven bij hardnekkige gevallen, ook in het tweede stadium van de ziekte, bestaat in de toediening van bifosfonaten van de tweede generatie. De effecten op lange termijn zijn nog niet bekend. Ook deze behandeling is gereserveerd voor specialisten.


Diverse informatie

Hulpmiddelen
Goede hulpmiddelen zijn voor mensen met een beperking van groot belang. Medische hulpmiddellen bevorderen de zelfredzaamheid en het (langer) zelfstandig functioneren. De kwaliteit van een hulpmiddel heeft invloed op het dagelijks leven van de gebruiker.

Toegankelijkheid
De samenleving is nog onvoldoende toegankelijk. Een grote groep mensen kan daardoor niet meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Uit eten, geld pinnen, internetten, theaterbezoek etc. Deze belemmeringen worden nog teveel onderschat.

Vervoer
Mensen met een handicap of chronische ziekte ondervinden beperkingen in hun mobiliteit. Als je beperkt bent in de mogelijkheden om je te verplaatsen, kun je niet volwaardig deelnemen aan de samenleving. Beperkingen in mobiliteit zijn daarom onacceptabel.

Patiënt en Zorg
Veel mensen met handicap of chronische ziekte zijn afhankelijk van zorg. Deze zorg geeft vorm aan hun dagelijks leven. Daarom moet de "zorgvrager" zelf de hoofdrol spelen bij het bepalen van de inhoud en vorm van deze zorg. Hou regie in eigen hand.

Waar kan je nu welke hulpmiddelen krijgen of lenen?

Waar kan je nu welke hulpmiddelen krijgen of lenen?


AANVRAAG INVALIDEPARKEERKAART

AANVRAAG INVALIDEPARKEERKAART
Binnen de Europese Unie is een uniforme kaart ingevoerd die in alle lidstaten van de EU geldig is. Er zijn drie verschillende kaarten: de bestuurderskaart voor degene die zelf autorijdt, de passagierskaart voor degene die vervoerd moet worden en een kaart voor AWBZ-instellingen.

Criteria voor aanvraag
Met de invoering van de GPK worden ook de criteria, waaraan moet worden voldaan om voor een parkeerkaart in aanmerking te komen, herzien. Voor zowel bestuurders als passagiers geldt dat men ten gevolge van een handicap een loopbeperking moet hebben van langdurige aard (tenminste 6 maanden). De aanvrager is niet in staat zelfstandig meer dan 100 meter te overbruggen.

Medische keuring
In alle gevallen (bij een eerste aanvraag of verlenging van de kaart) moet een medisch advies duidelijk maken of er recht op een parkeerkaart bestaat. Deze medische keuring gebeurt door A-Rea. Afhankelijk van de situatie kan A-Rea u oproepen voor een onderzoek. Ook is het mogelijk dat de A-Rea arts volstaat met een dossieronderzoek en informatie van de behandelend arts. U hoeft dan niet zelf langs te komen. De uitkomst van het onderzoek wordt vastgelegd in een beschikking. Het kan 1 tot 2 maanden duren voor u de beschikking thuis krijgt. Als u permanent rolstoelgebonden bent en u zich uitsluitend kunt verplaatsen in een elektrische rolstoel, dan is er geen keuring nodig. In dit geval kunt u de beschikking binnen enkele dagen verwachten.

Strikt persoonlijk
De houder van de gehandicaptenparkeerkaart mag de kaart niet door anderen laten gebruiken als het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van de invalide zelf. Bij een passagierskaart is de bestuurder van het motorvoertuig verantwoordelijk voor juist gebruik en niet de passagier.

Medische keuring bij verlenging parkeerkaart niet meer verplicht

Het is voor mensen met een blijvende beperking niet meer nodig elke vijf jaar een medische herkeuring te ondergaan om hun gehandicaptenparkeerkaart te laten verlengen. Een groot deel van de gehandicaptenparkeerkaarten wordt automatisch verlengd. Dit is een gevolg van een wijziging van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (GPK) die op 3 april 2008 is ingegaan.

Parkeerbeleid gehandicaptenparkeerkaart
Iedere gemeente in Nederland is vrij om een eigen beleid te voeren in zake vrij parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart. Raadpleeg voordat u een uitstapje gaat maken het landelijk overzicht van het gemeentelijk parkeerbeleid. Let op: parkeert u in een parkeergarage of op een afgesloten parkeerterrein dan moet u altijd betalen, ook al parkeert u daar op een invalidenparkeerplaats. In het algemeen geldt dat houders van een gehandicaptenparkeerkaart mogen parkeren op iedere openbare parkeerplaats. De kaart geeft echter geen vrijstelling van het betalen van parkeergelden in welke vorm dan ook,evenmin kan met de kaart worden geparkeerd op plaatsen die door gemeenten gereserveerd zijn voor parkeervergunninghouders (wel maken veel gemeentes hier een uitzondering op)

op algemene invalidenparkeerplaatsen
- voor onbeperkte tijd in een parkeerschijfzone (ook buiten de vakken) waar voor anderen een beperkte tijd is aangegeven (parkeerschijf is niet verplicht)


Met gebruik van een parkeerschijf en voor maximaal 3 uren mag geparkeerd worden:
- buiten de vakken in een woonerf
- op plaatsen waar een parkeerverbod geldt
- langs een gele onderbroken streep (een gele doorgetrokken streep geeft een stopverbod aan. Hier mag nooit worden geparkeerd)

Tips in de omgang "mensen met een handicap":

• Behandel de ander zoals je zelf behandeld zou willen worden!
• Bedenk dat de grens tussen "gezond" en gehandicapt uiterst klein is. Zelf kan je ook opeens morgen in zo'n stoel zitten.
• Zie de ander als een volwaardig persoon. Dat iemand in een rolstoel zit wil nog niet zeggen dat hij/zij direct gek of seniel is.
• Betuttel niet. De meeste gehandicapten zijn erg zelfstandig en vragen het wel als ze hulp van je nodig hebben.
• Geef een volwassen gehandicapte niet zomaar een euro om een ijsje te gaan kopen. Praat niet tegen hem/haar alsof je een tweejarige peuter voor je hebt.
• Negeer een gehandicapte niet uit angst maar maak eerder je moeiten bespreekbaar.
• Verzwelg niet in het medelijden voor de ander, de meeste gehandicapten vinden het vreselijk om zielig gevonden te worden.
• Verplaats iemand in een rolstoel niet zomaar ongevraagd even, dit geeft een erg kleinerend gevoel.
• Ga niet zomaar op iemands rolstoel hangen omdat je dat wel makkelijk vind.
• De rolstoel is het verlengde van ons lijf en het is onplezierig als een ander daar zomaar over beschikt.
• WEES JEZELF!


dinsdag 13 april 2010

CRPS : PIJNLIJKE DIAGNOSE, MISSEN DIAGNOSE NOG PIJNLIJKER


BAANBREKEND ONDERZOEK POSTTRAUMATISCHE DYSTROFIE IN NEDERLAND 1992-2009 OF EXPERIMENTEEL GEROMMEL IN DE MARGE?
DOOR: LOUISE VAN AALST


N.B. Deze studie pretendeert geen volledig overzicht van alle publicaties over PD.
Er is gebruik gemaakt van een representatieve steekproef van literatuur en onderzoek in de periode 1992-2009. Het is niet mogelijk om inzicht te krijgen in al het lopend onderzoek; ook op dit punt dus geen volledigheid.

Op basis van genoemde steekproef geeft de studie:
- een handzaam overzicht van PD, met name van die aspecten waarover grosso modo overeenstemming bestaat c.q. onderbouwing
- een analyse van onderzoeksresultaat tot nu toe
- suggesties voor (richting van) onderzoek in meer fundamentele zin

1. DEFINITIE/DIAGNOSE/VERSCHIJNSELEN

A. DEFINITIE
Een abnormale ontstekingsreactie * na een trauma (operatie/ongeval) van arm/been die een groter gebied beslaat dan het primaire letsel en leidt tot abnormale moeilijk bestrijdbare pijn en in 20% van de gevallen uiteindelijk tot aantasting van alle weefsels (bot, spier, zenuw, huid), functieverlies, neurologische symptomen en atrofie. De verschijnselen verdwijnen niet door rust en verergeren bij inspanning.
*( Mijn persoonlijke voorkeur gaat voor als nog uit naar de ontstekingstheorie (Prof. Goris). Verderop in de studie wordt er echter nadrukkelijk op gewezen, dat er over de oorzaak van PD nog geen enkele overeenstemming bestaat (meer theorieen).)

B. DIAGNOSE
Verschillende richtlijnen; bekendste Veldman, IASP en Bruehl. Er is overeenstemming over richtlijn diagnose:lijst van Goris. Sinds september 2006 is de EBRO Richtlijn CRPS type 1 een feit (evidence based medicine) De richtlijn is een document met wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen. Er is geen onderzoek waarbij je direct kunt aantonen of je PD hebt, dit kan alleen aan de hand van symptomen: ontsteking, neurologische symptomen, atrofie en dystrofie. Hulpmiddelen: röntgen (afwijking, botontkalking), micro-vasculair onderzoek, 3e fase skelet scintigrafie, Fentolaminetest.

C. VERSCHIJNSELEN
ONTSTEKING
 onverklaarbare abnormale diffuse pijn
 abnormale huidtemperatuur (koud-warm)
 abnormale kleur huid (rood-blauw)
 oedeem (zwelling,vochtophoping)
 beperkte beweging, onverklaarbare bewegingsbeperking
 oefenen doet pijn (wordt erger en breidt uit)
NEUROLOGISCH
 hypesthesie
 hyperpathie
 discoördinatie
 pseudoparese/paralyse
 tremoren en onwillekeurige bewegingen
 myoclonieën/spierkrampen
ATROFIE/DYSTROFIE
 huid/nagels
 subcutis
 musculatuur
 botten/gewrichten

Bekende symptomen komen bij vrijwel iedereen voor. Diversiteit juist in de minder bekende symptomen (neurologische en dystrofische). Hangt af van mate van zenuwbeschadiging. Neurologische verschijnselen niet verbonden met specifieke perifere zenuw of specifiek onderdeel zenuwstelsel. Algemene vermoeidheid is zeker niet iets dat bij elke patiënt vanaf het begin optreedt, wel vermoeidheid in het lichaamsdeel.

Typerend PD:
 functieverlies gewrichten/spiergroepen die niet direct bij operatie betrokken zijn
 toename klachten bij inspanning


BLOEDCIRCULATIE
Een van de duidelijk aangetoonde verschijnselen bij PD is zuurstoftekort in cellen en weefsels. Ook wordt ziekelijk verhoogde stroomsnelheid van het bloed gemeten. Verminderde bloedcirculatie (koude dystrofie) of versterkte bloedcirculatie is iets wat altijd bij PD voorkomt.
A-symetrische verdeling arteriële bloedvoorziening en botactiviteit, bloedstroomsterkte 2 1/2 x hoger, gemiddelde zuurstofsaturatie hoger: dit suggereert sterk een ontstekingsreactie, met als gevolg een toegenomen doordringbaarheid voor grote moleculen (Technetium scans en Indium-111 lgG scintigrafie).

SPIERWEEFSEL
Toegenomen anorganische fosfaatconcentratie: wijst op toegenomen anaerobe energiestofwisseling;oedeemvorming, verandering in sarcolemma (omhulsel spierweefsel) en zwelling endotheel (inwendige bekleding bloed, lymfe), abnormale hoeveelheid lipofuscine (gele/bruine pigmentstof die zich op latere leeftijd in weefsel vormt). Deze spierverandering wijst op verminderde zuurstof door toxische radicalen ( 31P-NMR-spectroscopie en electronenmicroscopie).

UITBREIDING
Hoe uitbreiding naar andere kant geschiedt via sympathisch zenuwstelsel , chemische stof of anderszins is niet duidelijk.

2. BEHANDELING
PD is een dusdanig gecompliceerd ziektebeeld, dat reguliere samenwerking revalidatiearts, fysiotherapeut, div. chirurgische disciplines, neuroloog, psycholoog etc. hierbij noodzakelijk is.

BEHANDELMETHODES
 Scavengers: Fluimicil, DMSO, Mannitol
 Vaatverwijders: Ketensin, Adalat, Isoptin
 Sympaticus blok: RIS, GGL stellatum, Thoraal sympathectomie, Lumbale sympathectomie, Fentolamine, Didemline
 Rust,vermijden prikkeling: spalk, orthopedische schoenen
 Oefentherapie, gedoseerd oefenen (binnen pijngrens)
 lokale pijnbron uitschakelen (triggerpoints)
De resultaten van behandeling zijn des te beter naarmate eerder wordt behandeld.

A. MEDICATIE
Ontstekingsremmende middelen (corticosteroïden): Onderzoek: vaak met succes pijn/zwelling minder. Echter bijwerkingen.
Radicaalvangers (Scavengers) Mannitol (infuus), DMSO (zalf, lokaal), N-acetylcysteïne (Fluimicil, oraal): deze vangen de bij een ontstekingsreactie vrijkomende zuurstofradicalen weg. Eerste publicaties DMSO veelbelovend,lijkt m.n. effectief bij warme vorm; ook geen serieuze bijwerkingen. Onderzoek naar N-acetylcysteïne (Fluimicil): lijkt met name effectief bij koude vorm. Mannitol sterkst, Fluimicil/DMSO onderhoudstherapie, totdat geen effect meer.
Vaatverwijderaars (Isoptin, Adalat, Ketensin): deze middelen vooral bij koude-dystrofie voor doorbloeding en tevens pijnvermindering; hoopgevend zijn literatuurbeschrijvingen (geen onderzoek) naar beta-blokkers.
Blokkades: chemisch/thermische blokkade sympathicus of sympathectomie, dan wel RIS-blokkade: Regionale blokkade (gericht op blokkeren zenuwen arm/been) Guanethidine(Ismelin) en Reserpine geïnjecteerd, arm/been afgebonden (hoge concentratie van middel ter plaatse en minder bijwerking (duizeligheid) omdat niet verspreidt).
5 onderzoeken: middelen niet effectiever dan nepmiddel.
Injecteren van lokaal verdovende middelen (Bupivacaine(Marcaine) rechtstreeks in zenuwknoop. Geen onderzoek bekend.
Magnesiumsulfaat of Baclofen (Lioresal) bij krampen.
Hyperbare zuurstof: chronische ulcus door instabiele epidermis.

B. PIJNBESTRIJDING
Hoewel de pijnwegen bij PD niet volledig ontrafeld zijn, weten we toch wel dat de pijn bij PD slecht antwoordt op gebruikelijke pijnmedicamenten. Bij PD is in elk geval het sympatisch zenuwstelsel betrokken (op hol geslagen). De pijn bij PD is niet duidelijk te lokaliseren en dat geeft ook de problemen bij pijnbestrijding. Door continue pijn worden de cellen van de "telefooncentrale" in het ruggemerg overgevoelig en gaan de binnengekomen pijnprikkels versterken. Pijn in eerste fase door ontsteking, later door beschadiging zenuw-uiteinden. Pijn in chronische fase berust mede op myeline-schade en verhoogde gevoeligheid van receptoren; is meer van neurologische aard. Niets te doen aan pseudoparese/paralyse of contractuur.

STAPPENPLAN PIJNBESTRIJDING
NSAID (tevens ontstekingsremmer, zoals Diclofenac en Buprenorfine), daarna sterker middel, soms combinatie met antidepressiva en anti-epileptica (pijndempend), epiduraal catheter, TENS-apparaat, zonodig morfine.

Blokkades: Als geen reactie op medicijnen: uitschakelen deel sympatisch zenuwstelsel(sympathicus of RIS-blokkade) om doorbloeding te verbeteren. Als ook dit niet helpt, geen alternatief beschikbaar.

TENS: (Transcutane Electrische Nerve stimulation) onbegrepen waarom dit niet bij alle patiënten werkt.
Chronische pijn verminderen door bepaalde zenuwbanen elektrisch te prikkelen. Bij PD milde langdurige prikkeling.
Nadeel: huidirritatie.
Neuraaltherapie (procaïne-injectie): kan goed helpen als het juist in een "triggerpoint" is.
Triggerpointoperatie onder bescherming Mannitol en zonder bloedleegte toepassen.
Electroshock: niet alleen de depressiviteit verdween ook de PD

C. FYSIOTHERAPIE
Omdat het ziektebeeld niet eenduidig is, heeft elke patiënt een andere behandeling nodig. Overbelasting in dagelijkse aktiviteiten of therapie kan ook bij lichte vorm dysregulatie leiden tot verergering. Zuurstoftekort zorgt voor pijn; inspanning verbruikt zuurstof (hypoxie) daarom toename pijn bij belasting. Oefenen moet binnen de bewegings- en pijngrens blijven. Ondanks optimale samenwerking en behandeling komt het toch voor, dat het proces ontspoort. Waarom dit gebeurt, is nog steeds een raadsel. PD patiënten hebben geringe belastbaarheid, belasting bekijken in relatie tot totale dagactiviteit.
Bindweefselmassage: techniek waarbij men een gebied (vaak deel rug) behandelt, dat correspondeert met het te beïnvloeden deel. Hierdoor effect van verbetering doorbloeding en pijnvermindering.

D. AMPUTATIE
Kan amputatie oplossing bieden voor late complicaties van PD?
Indicatie: 5 x pijn, 15 x verbetering restfunctie arm/been, 14 x niet behandelbare infecties.
Pijn: kans op afname even groot als toename
fantoompijn in stomp
Verbetering: 9 positief, subjectief beleefd patiënt
Infectie: 70% infectie verdwenen
Niveau: teen/vinger minder succesvol dan hoger niveau
amputatie op symptoomvrij niveau
Recidive: 28 x opnieuw PD in stomp en 17x PD in ander lid
Prothese: overgrote meerderheid niet mogelijk (pijn stomp, spierzwakte, slechte huid, terugkeer PD)
Niet meer verwachten, dat amputatie PD zal terugdringen terwijl indicatie pijnbestrijding helemaal niet succesvol was.

3. OORZAAK EN ONDERZOEK

A. OORZAAK
- abnormale ontstekingsreactie
- abnormale reflex sympatisch zenuwstelsel
Prof. Goris: PD patiënten reageren onvoldoende op (zeker in buitenland) gangbare sympathicus blokkade, dus niet zo zeer zenuwstelsel als wel ontsteking. Bovendien aangetoond bloedvatwand meer doorlaat dan normaal (=ontsteking) tevens verklaring oedeem. Dus PD regionaal ontstekingsproces. Een overdreven ontstekingsreactie op letsel. Sympatische en andere neurologische stoornissen treden vaak op maar kunnen het ontstaan niet verklaren. Er moet een bepaalde voorbeschikking bestaan; voor zover bekend niet erfelijk.

B. ENKELE ONDERZOEKEN
Lagere incidentie van PD bij polsfracturen na profylactische toediening van vitamine C.
Juli 95 -aug.97, 123 patiënten met polsbreuk, getest inname gedurende 50 dagen 500mg vitamine C-capsule per dag in relatie tot ontwikkeling van PD. (Zollinger e.a.)
Het onderzoek geeft geen verklaring voor farmacodynamische mechanisme noch voor scavengertheorie.
Vitamine C lijkt een effectief middel bij de preventie van PD bij polsfracturen. Mogelijk is deze profylactische methode ook werkzaam bij preventie ontwikkeling PD na andere letsels. Werkingsmechanisme, dosering en gebruik van vitamine C ook in relatie tot andere letsels vraagt verder onderzoek.

Onderzoek genetische factoren bij PD; Radboudziekenhuis Nijmegen; primair koude vorm + therapieresistente vorm lijken geassocieerd met genetisch kenmerk HLA DR6 (belangrijk bij immuniteit/afweer); de primair warme vorm en PD in meerdere extremiteiten lijken geassocieerd met kenmerk TNF2 (invloed bij ontstekingsreacties). Associaties ondersteunen hypothese genetische basis bij ontwikkelen PD, echter niet mogelijk om op basis hiervan te spreken van erfelijk overdraagbare ziekte.

2004 proefschrift dr. F.J.P.Huygen: bewijs biochemische oorzaak CRPS, sprake van een neurogene ontsteking (verhoogde aanwezigheid van Il-6,TNF alpha in weefselvocht via kunstmatige blaren in huid); tevens verhoogde aanwezigheid tryptase (bewijs voor mestcelaktiviteit); geen correlatie Il-6, TNF alpha en tryptase, meer cellen moeten dus betrokken zij bij afgifte van deze ontstekingsstoffen. Klinische verbetering bij 2 patiënten behandeld bij anti-TNF (eerder al succesvol bij Crohn en reumatoïde artritis). In april 2008 is onderzoek anti-TNF behandeling afgerond.

Enkele thans lopende onderzoeken:
PBC Erasmus MC Rotterdam (dr. F.Huygen e.a.), diverse onderzoeken naar ontstaan en behandeling PD. O.a. behandeling met Infliximab (biological, bekend van reumabehandeling) bij patiënten met acute warme PD aan 1 ledemaat. Tevens onderzoek (dr. A. Beerthuizen, dr. F. Huygen e.a.) naar ontstaan en in stand houden PD bij 550 patiënten met gebroken enkel/pols, vragenlijst over functioneren, doornemen IASP EN Bruehlcriteria diagnose PD bij gipsverwijdering, bij PD verdenking doorverwijzing naar PBC en 3 tot 12 maanden daarna telefonisch vragenlijst + eventuele doorverwijzing. Ook onderzoek (dr. F. Huygen e.a.) naar verbetering weefseldoorbloeding (en symptoomvermindering) door nieuw medicijn 10 weken, ondersteund door intensieve fysio; betreft onbehandelbare chronische koude vorm.

Het onderzoek in het Erasmus MC richt zich vooral op afferente mechanismen (bv.ontsteking) en bepleit niet de symptomen te behandelen maar het mechanisme (Dr. F.J.P.M. Huygen, anesthesioloog Erasmus MC Rotterdam).

Onderzoek (grootschalig en diverse aspecten PD) dr. J.J. van Hilten (Leiden).In het kader van het TREND (Trauma Related Neuronal Dysfunction) verricht een consortium van Nederlandse universiteiten gezamenlijk onderzoek naar diverse aspecten PD.
Vijf onderzoekslijnen worden gevolgd: epidemiologie, meetinstrumenten, effectstudies, biomarkers en genetica.
Effectstudies: o.a. onderzoek werkzaamheid 8 geneesmiddelen (remmen pijn, ontsteking, verbeteren doorbloeding), herstel zenuwfunctie bij chronische pijn en krampstanden.
Biomarkers: o.a. onderzoek of bepaalde lichaamsstoffen (zoals eiwitten) bij patiënten in andere hoeveelheden voorkomen. Aandoeningen kunnen leiden tot verstoring evenwicht allerlei lichaamsprocessen met mogelijke verandering verhouding eiwitten en bepaalde ontstekingsfactoren.

Onderzoeken naar effectiviteit S(+)-Ketamine op pijn bij crps type 1 (o.a. 5 dagen 24 uur toediening per infuus) door Afd. Anesthesiologie Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), drs. M.J. Sigtermans, arts-onderzoeker.
Onderzoek naar effect intrathecaal methylprednisolon op symptomen PD (vakgr.neurologie LUMC, drs. A.A. van der Plas, neuroloog i.o. en klinisch onderzoeker). Aanwijzingen dat PD symptomen worden veroorzaakt door ontregeling zenuwbanen ruggenmerg, waarbij ontstekingsreactie mogelijk belangrijke rol speelt. Om ontstekingsremmer zo dicht mogelijk op plaats bestemming te krijgen wordt het via ruggenprik onder in rug gespoten.
Inmiddels in toenemende mate aanwijzingen, dat bij 1e ontstekingsfase zowel betrokkenheid is van bepaalde vezels als immuunsysteem van de huid. Er zijn steeds meer aanwijzingen, dat een uit de hand gelopen ontstekingsreactie een rol speelt. LUMC wil om dit nader te onderzoeken nagaan of een huidtest meer informatie kan geven. (van Hilten, Marinus en Salm, neurologie LUMC).
UMC St.Radboud (Nijmegen) 1-1-2009 2jarig onderzoek behandeling crps1; controlegroep volgens behandeling richtlijn en behandelgroep volgens experimentele PEPT protocol (Pain Exposure Physical Therapy) waarbij de functie en niet de pijn centraal staat. (afd. Heelkunde, Revalidatie en pijnbehandelcentrum UMC St. Radboud)
Dit is ter beeldvorming een niet-limitatieve opsomming

C. ANALYSE ONDERZOEKSRESULTAAT
Grof gezegd kun je zeggen, dat het onderzoek tot nu toe vrij marginaal en experimenteel is geweest.
Er is tot nu toe sprake van:
o afbakening (wat is PD, diagnoserichtlijnen, symptoombeschrijving etc.),
o een indicatie van een ontstekingsproces
o experimentele behandelmethoden gericht op symptoombehandeling
o ontbreken behandeling (medicatie of anders) die (bij alle patiënten) werkt

Er is na 15 jaar onderzoek nog steeds:
 geen antwoord op de meest basale vragen (zie sub 4)
 geen compleet inzicht in het totale proces (verloop)
 geen fundamenteel inzicht in oorzaak en behandeling
 geen adequaat medisch optreden ter preventie van optreden PD
 geen adequaat medisch optreden ter voorkoming chronische PD en ernstige invaliditeit
 geen adequate symptoombestrijding (o.a. pijn)
Veel onduidelijkheid , oorzaak begrijpt niemand, verloop onvoorspelbaar, niet altijd goed behandelbaar en geen overeenstemming over de beste handelwijze. Zo'n 8000 patiënten in Nederland per jaar, ca. 80% geneest bijna helemaal, 20% niet en een deel daarvan raakt ernstig blijvend invalide.

Positief is natuurlijk het feit, dat de afgelopen jaren in Nederland diverse academische proefschriften over PD zijn verschenen en in alle academische ziekenhuizen PD onderzoeken lopen. Er is helaas nog steeds sprake van een richtingenstrijd; enerzijds zij die primair denken aan een ontstekingsproces en anderzijds degene die vooral denken aan het zenuwstelsel.

Van belang is tevens dat sinds september 2006 de EBRO Richtlijn CRPS type 1 een feit is (evidence based medicine) De richtlijn is een document met wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen (o.a. nieuw inzicht m.b.t. Mannitol infuus en zo vroeg mogelijk oefenen functieherstel). Het is de vraag in hoeverre de richtlijn voor crps-1 daadwerkelijk zal leiden tot een verbetering. De richtlijn bevat oneindig veel slagen om de arm (nader onderzoek nodig etc.) en bergt het risico in zich, dat ten onrechte wordt uitgegaan van het nu reeds bestaan van effectieve behandelmogelijkheden voor crps met alle verschijningsvormen in alle stadia. De richtlijn is in feite niet meer dan een weergave van huidige inzichten en wetenschappelijk onderzoek. Ofwel er is veel onderzoek geweest en gaande en er zal nog veel meer onderzoek nodig zijn voordat sprake is van effectieve behandeling van alle crps-patiënten. Tot die tijd is de richtlijn niet meer dan een mogelijke richting van behandeling voor wellicht sommige patiënten.
Natuurlijk zijn eerste onderzoeksstappen zoals afbakening, vastleggen van patiëntgegevens, van weefselonderzoek en van ontstekingsproces belangrijk. Vanzelfsprekend speelt toevallige medicatie-ontdekking of experimentele behandeling soms een belangrijke rol.
Het lijkt erop, dat het onderzoek te lang in deze fase blijft steken. De realiteit leert, dat we vaak niet meer kunnen dan (effectieve) symptoombehandeling.
Om tot een andere - meer fundamentele - onderzoeksaanpak van PD te komen, staan in het volgende hoofdstuk enkele suggesties voor (richting van) onderzoek.
Om deze suggesties op zijn merites te kunnen beoordelen is het nodig om hiernaar te kijken met een onorthodoxe en niet supergespecialiseerde blik.
Dit is lastig maar wel nodig als je al 15 jaar zonder sprekend resultaat een ingrijpend ingewikkeld probleem als PD probeert op te lossen.

4. SUGGESTIES (RICHTING VAN) ONDERZOEK PD

UITGANGSPUNTEN
- Probeer niet alleen te denken in ziektebeelden/symptomen
- Kijk bij complex beeld als PD verder dan eigen vakgebied en werk multidisciplinair
- Houd basale vragen continu in het vizier (waarom krijgt de één wel PD, de ander niet, waarom krijg je pas op een bepaalde leeftijd PD en niet eerder etc.)

SUGGESTIES VOOR ONDERZOEK

A. START SNEL ONDERZOEK NAAR MISSEN DIAGNOSE PD
Er moet helaas worden geconstateerd, dat er nog steeds sprake is van missen of te laat stellen van de PD-diagnose en dus onnodig optredende invaliditeit. Bij PD is namelijk duidelijk, dat behandeling alleen echt effect sorteert indien deze zeer snel wordt toegepast.

WAAROM WORDT PD-DIAGNOSE NOG STEEDS GEMIST?
-Teveel verschillende specialismen waar patiënt voor intake kan binnenkomen?
-Te rigide volgen richtlijnen i.p.v. IN GEVAL VAN TWIJFEL ALTIJD BEHANDELEN ALSOF HET PD IS?
-Onvoldoende voorlichting en dus onbekendheid met PD, diagnose,behandeling etc.?
-Ontbreken eenduidig pathofysiologisch mechanisme en discriminatoire diagnostische test? (PD is echt niet uniek hierin)
-teveel vormen/gradaties waarin PD voorkomt?

B. START ONDERZOEK PREVENTIE PD
Na de ontdekking (95-97) van profylactische toediening vitamine C bij polsbreuken weinig nieuws te melden qua preventie.

Aandachtspunten
-Lokale en algehele anaesthesie ter preventie opbouw “pijngeheugen”; welke rol bij PD, in hoeverre zenuwbeschadiging + blijvend automatisch ernstig pijnsignaal.
-Gipsgebruik en afknelling na zwelling, snelle reactie en doosgips e.d.
-Missen van diagnose PD en te late diagnose


C. START ONDERZOEK INVENTARISATIE ALLE GEGEVENS PD-PATIENTEN + MULTIDISICIPLINAIRE ANALYSE
Chronische patiënten zijn vaak uit beeld geraakt (omdat er geen behandeling is en specialist contact met hen soms te confronterend vindt) Juist deze groep is mede nodig voor juist beeld rond PD; de laatste tijd weten onderzoekers gelukkig deze groep weer te vinden niet alleen voor research maar ook voor behandelpogingen.
Door inventarisatie een beter beeld PD-vormen (koud/warm) en PD-gradaties, anderzijds wellicht common factor.
Waarom reageert de ene patiënt wel op een bepaalde behandeling en andere niet. Waarom geneest ene patiënt wel en raakt ander blijvend ernstig invalide?
PD is complexe aandoening waarmee verschillende specialismen te maken hebben (chirurg, orthopedisch chirurg, neuroloog, anaesthesioloog etc.).
Er zijn meer complexe aandoeningen (Crohn, Lyme etc.), maar ook letsel na groot trauma. Soms leidt dit tot meer multidisciplinaire aanpak bij behandeling en onderzoek.
Maak met multidisciplinair team specifieke vergelijkende analyse genezen/chronische PD-ers.

D. START ONDERZOEK PD/AUTO-IMMUUN-SYSTEEM/TRAUMA
Gezien overeenkomsten met auto-immuun-systeem gerelateerde aandoeningen, lijkt aansluiting bij dit onderzoek zinvol. Reuma, MS, allergische reacties lijken vergelijkbare symptomen en mechanismen te kennen. Sluimerende virussen in bv. zenuwuiteinden lijken in meer situaties geactiveerd te worden na een trauma of een andere trigger. De ontstekingsreactie van het lichaam na een trauma is eerst normaal en ontspoort daarna bij PD. Is extreme littekenvorming vergelijkbaar proces? Komt grote impact op hele lichaam vaker bij trauma voor? De stoffen die een bloeduitstorting in het lichaam opruimen, kunnen soms ook ander weefsel aantasten (bv. pezen)

5. REACTIES OP DEZE PUBLIKATIE
Gebleken is, dat:
-dit handzame PD-overzicht in een behoefte voorziet bij o.a. studenten, onderzoekers en artsen
-gedane suggesties soms in praktijk al als uitgangspunt worden genomen, zowel bij onderzoek als behandeling
-sprake is van verschillende behandeling, van verschillend optreden bij twijfel (diagnoserichtlijn)en van nog steeds missen van de diagnose PD
-info aan patiënt te wensen overlaat
-(openbare) gedachtenwisseling tussen PD-specialisten zinvol lijkt

6. LITERATUUR, LEZINGEN, PUBLICATIES, ONDERZOEK
A.T.P.M. Claassen, P.W.Dielissen
Retrospectief Onderzoek Amputaties bij PD Patiënten (34) Radboud Ziekenhuis Nijmegen 1992
Uitzending NCRV Plein Publiek 12-11-1993
Drs. Bal, Anaesthesioloog Catharina ziekenhuis Eindhoven 1993
Drs. M. Abspoel en Prof. dr. R.A.B.Oostendorp
Fysiotherapie bij sympathische Reflexdystrofie 1994
Drs. Jack, Anaesthesist Koningin Beatrix Ziekenhuis Winterswijk 19-9-1994 in Doetinchem.
Dr. J.J. Petit, Chirurg Zeewegziekenhuis IJmuiden artikel 1994 Medisch Journaal Kennemer Gasthuis PD wat moet je ermee
dr. P.H.J.M. Veldman, Chirurg Radboud ziekenhuis Nijmegen 27-1-1995
Dr. R.J. Stolker, pijnteam Catharina ziekenhuis Eindhoven 5-4-1995
Prof. dr. Zuurmond, Anaesthesioloog VU Amsterdam 7-11-95
J. Oosterhof, Fysiotherapeut pijnteam Radboud ziekenhuis Nijmegen 30-11-96 in Zwolle
Dr. J. Petit, algemeen Chirurg Zeewegziekenhuis Haarlem/IJmuiden 14-10-96.
Dr. J.A.M. Reijnen, Chirurg 2-4-1996
Dr. P.H.J.M. Veldman, Chirurg St. Joseph ziekenhuis Veldhoven 20-3-1996.
Dr. van Oss, Anaesthesioloog ziekenhuis Rijnstate in Arnhem 3-11-1997
Voorlichtingsfolder Patiëntenvereniging
Dr. van Hegelsom, Anaesthesioloog Ziekenhuis Centrum Apeldoorn
Faculteit Farmacie Universiteit Utrecht: PD: feiten en fabels over de behandeling.
Pijncongres voor behandelaar en patiënt d.d. 26-11-99 (NVBP en SWVP)
Dr. A. Moesker, Refaja ziekenhuis Stadskanaal, CRPS, formerly called sympatic dystrophy, treatment with ketanserin and carnitine, 19-04-2000
Ch. J. de Vecht, Behandeling van PD, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 19-8-2000
P.E. Zollinger, W.E.Tuinebreijer, R.W.Kreis en R.S.Breederveld, Lagere indicatie van PD bij polsfracturen na profylactische toediening van vitamine C, NTv G 19-8-2000
M.A. Kemler, G.A.M. Barendse, M. van Kleef, F.A.J.M. van den Wildenberg en W.E.J. Weber, Vermindering van pijn bij patiënten met PD door implantatie van een elektrisch ruggenmergstimulatiesysteem, NTvG 19-8-2000
Dr. J.J. van Hilten, neuroloog. Medicamenteuze behandeling (Baclofen) van dystonie bij PD en studie naar erfelijke factoren bij PD; 12-2000 maandblad Cicero LUMC
Dr. R.S.G.M. Perez Complex Regional Pain Syndrome type I: a randomized controlled study into the effects of two free radical scavengers; academisch proefschrift 2001
Drs. M. Vaneker, Dr. L.van der Laan, Dr. W.A. Allebes, Prof.Dr. R. J.A. Goris universitair medisch centrum St. Radboud Nijmegen afd. Heelkunde/afd. Bloedtransfusie en Transplantatie Immuno- logie : onderzoek genetische factoren bij PD 9-2002
Prof. dr. R. Baron, neuroloog (Dld) RSD and the sympathetic system, 14-11-2003
Prof. dr. em. R.J.A. Goris, chirurg Nijmegen, RSD and inflammation, 14-11-2003
Dr. F. Birklein,neuroloog (Dld), Neurogenic inflammation in RSD, 14-11-2003
A.A. Le Bel M.D.,RSD in childhood, 14-11-2003
Dr. W.A. Allebes,transplantatie-immunoloog Nijmegen, Is er een genetische aanleg voor het optreden van PD?, 14-11-2003
Drs. F.J.P.M. Huygen, anesthesioloog Rotterdam, PD en lokale mediatoren van ontsteking, 14-11-2003
Dr. R.S.G.M. Perez, fysiotherapeut Amsterdam, behandeling met scavengers bij CRPS type 1, 14-11-2003
Dr. J.J. van Hilten, neuroloog Leiden, Dystonie bij PD; pathofysiologische en behandelingsaspecten, 14-11-2003
Prof. Dr. M. van Kleef, anesthesioloog Maastricht,De behandeling van pijn bij PD d.m.v. ruggenmerg stimulatie, 14-11-2003
E.C. Covington, M.D., Psychological Issues in RSD: Facts en Fallacies, 14-11-2003
Dr. P.H.J.M. Veldman, chirurg Heerenveen, nieuwe inzichten in PD, 15-11-2003
Dr. F.J.P. Huygen, anaesthesioloog Erasmus Medisch Centrum Rotterdam: Neuroimmune Alterations in the CRPS, juli 2004
Academische Proefschriften (Nederland)
Complex Regional Pain Syndrome Type I
A randomized controlled study into the effects of two radical scavengers and evalutation of measurement instruments. Dr. R.S.G.M. Perez, Vrije Universiteit Amsterdam, 2002.
Reflex Sympathetic Dystrophy Clinical, pathophysiological and etiological aspects Dr. W.J.T. van de Beek, Universiteit Leiden, 2001.
Complex Regional Pain Syndrome I A study on pain and motor impairments Dr. G.M. Ribbers, Erasmus Universiteit Rotterdam, 2001.
Spinal cord stimulation for chronic reflex sympathetic dystrophy Dr. M.A. Kemler, Universiteit Maastricht, 2000.
Complex Regional Painsyndrome: voorheen genoemd sympatische reflex dystrofie de behandeling met ketanserin en carnitine Dr. A. Moesker, Erasmus Universiteit Rotterdam, 2000.
Reflex Sympathetic Dystrophy:development of measurement instruments and outcome of a randomised controlled clinical study on physiotherapy and occupational therapy Dr. H.M. Oerlemans, Katholieke Universiteit Nijmegen, 1999. index
Pathophysiological mechanisms of Reflex Sympathetic Dystrophy A clinical and experimental study
Dr. L. van der Laan, Katholieke Universiteit Nijmegen, 1999.
Reflex Sympathetic Dystrophy A study in the perspective of rehabilitation medicine Dr. J.H.B. Geertzen, Rijksuniversiteit Groningen, 1998.
RSD, a clinical and experimental study Dr. H. Kurvers, Universiteit Maastricht, 1997
Clinical Aspects of Sympathetic Dystrophy Dr. P.H.J.M. Veldman, Katholieke Universiteit Nijmegen, 1995.
Post-traumatische Dystrofie Dr. J. Bonnet, Leiden 1953
Dr. F.J.P. Huygen, anaesthesioloog Erasmus Medisch Centrum Rotterdam: Neuroimmune Alterations in the CRPS, juli 2004
3e World Congres World Institute of Pain 2004 Barcelona
Hr. A.C. van Vusse, universiteit Maastricht, proefschrift over posttraumatische dystrofie A CRPS TRYPTYCH, studies on diagnosis, pathogenesis and treatment of the Complex Regional Painsyndrome 30 september 2004
2003 onderzoek anesthesiologie/pijnkenniscentrum UMC St. Radboud Nijmegen naar verandering werking centraal zenuwstelsel dmv pijndrempelmetingen, drs. M. Vaneker, dr. O.H.G. Wilder-Smith, drs. P. Schrombces, drs. I. de Man-Hermsen, dr. H.M. Oerlemans
2004/2005 Pilot onderzoek zuurstofgebruik en doorbloeding PD-arm Paramedisch Onderzoek UMC St. Radboud Nijmegen, dr. Margreet Oerlemans, drs. Jaap Brunnekreef
2004 retrospectief statusonderzoek 1-1-99/1-1-2003 Kinderen en PD drs. E.C.T.H. Tan e.a. UMC Radboud Nijmegen
juni 2006; nieuwsbrief TREND consortium over diverse onderzoeken
13-05-06: lezing Dr. P.H.J.M. Veldman over CBO richtlijn PD
13-05-06: lezing Dr. R.S.G.M. Perez over TREND onderzoek posttraumatische dystrofie
13-05-06: lezing hr. J. Groeneweg over thermografie: zichtbaar bewijs van PD
11-12-07: drs. W. Kleibeuker (UMC Utrecht) onderzoek naar overgevoeligheid voor pijnprikkels (zoals PD) (interleukine 1β speelt belangrijke rol bij verlagen GRK2 in ruggenmerg en dus bij verhoogde gevoeligheid voor pijn
2007:resultaten onderzoek naar lange termijn gevolgen PD met behulp van functionele MRI (UMC St Radboud Vis, Vaneker e.a.)
2008:resultaten onderzoek doorbloeding bij patiënten met langdurige PD (UMC St Radboud (Brunnikdreef,Oerlemans, Oostendorp)
2008:Colins e.a.Trauma Related Neuronal Dysfunction Symptoms Inventory
2008: Wesseldijk e.a.Increased Plasma Serotonin in crps type 1
2008: Wesseldijk e.a. Tumor necrosis factor-α en Interleukin-6 are not correlated with the characteristics of crps type 1(66 patients)
2008: Schouten e.a.) NMClab, a model tot assess the contributions of muscle visco-elasticity and afferent feedback tot joint dynamics
2008: Wesseldijk e.a. plasma glutamate, glycine and arginine levels in crps type 1
2008 Moseley e.a.; effect of motor imagery on pain and swelling in people with chronic arm pain
16-04-08:dr.F.J.P.Huygen, Anesthesioloog Erasmus Medisch Centrum Rotterdam: Posttraumatische dystrofie, een mysterie in ontrafeling
2008 onderzoek LUMC Leiden inzake werking glycine bij patiënten met dystrofie en dystonie (verkramping) door operatieve plaatsing pompje in buikholte verbonden met ruggenvocht
nov. 2008 Dr. M.Vrolijk-Mos, epidemioloog Erasmus MC Rotterdam proefschrift: In search for the Etiology of the Complex Regional Pain Syndrome
21 nov. 2008 Congres PD vereniging (Dr. M. Vrolijk-de Mos, T.J. Coderre, Dr.F.J.P.M. Huygen, prof.dr. J.J.van Hilten, Dr.R.T.M.van Dongen, R.N.Harden, prof.dr. J.W.S.Vlaeyen, dr. H.van de Meent)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten