Is er iets te doen aan chronische pijn?In veel gevallen is er een behandeling mogelijk voor chronische pijn. De pijn volledig wegnemen lukt niet altijd, maar het leven kan wel een stuk prettiger worden. Zo’n behandeling is meestal een combinatie van verschillende methoden, zoals pijnstillende medicijnen, therapie waarin u met de pijn leert omgaan, ontspanning en beweging. Mensen bij wie de pijn met medicijnen wordt behandeld, krijgen in twee op de drie gevallen te weinig of niet de juiste middelen voorgeschreven. Slechts 14 procent van de mensen met chronische pijn wordt doorverwezen naar een pijnteam. Ouderen met pijnklachten krijgen nogal eens te horen dat het er nu eenmaal bij hoort en dat er niets anders op zit dan de pijn te accepteren. Ten onrechte! Vraag dus desnoods zelf om meer geschikte medicatie of doorverwijzing naar een pijnteam.
Met pijn naar de huisartsVoor de behandeling van pijn, is uw huisarts de eerst aangewezen persoon. Het is erg belangrijk dat u de dokter in korte tijd duidelijk kunt maken wat u voelt. Het is dan ook helemaal niet raar als u zich goed voorbereidt. Schrijf uw vragen gerust op een briefje en neem een pen mee om het antwoord te kunnen opschrijven. Aarzel ook niet om iemand mee te nemen. Twee horen altijd meer dan één. Denkt u aan 10 minuten niet genoeg te hebben? Vraag de assistente bij het maken van de afspraak dan om een dubbel consult. U hoeft zich dan niet bezwaard te voelen dat door u het spreekuur uitloopt. Gebruikt u ook medicijnen die u door een specialist zijn voorgeschreven of slikt u zelfgekochte middelen, zorg dan dat u een overzicht van deze middelen aan de huisarts kunt laten zien. De apotheek kan een overzicht van de op recept verstrekte middelen voor u uitprinten. Mogelijk is de huisarts niet op de hoogte van de behandeling door de specialist. Zorg dat u de volgende vragen over uw pijnklachten kunt beantwoorden:
• Waar bevindt de pijn zich?
• Belemmert de pijn u bij activiteiten in het dagelijks leven?
• Is de pijn stekend, kloppend, zeurend, dof, anders?
• Wanneer treedt de pijn op?
• Wordt u gehinderd in uw bewegingen? Waardoor wordt de pijn
erger of juist minder?
• Hoe lang bestaat de pijn al?
• Wat hebt u zelf geprobeerd om iets aan de pijn te doen?
• Hebt u deze pijn eerder gehad en hoe bent u daar toen voor
behandeld?
• Hebt u andere aan de pijn gerelateerde klachten?
Oorzaak zoekenUw arts zal proberen vast te stellen of de pijn een aanwijsbare oorzaak heeft, bijvoorbeeld reuma of een rugaandoening. Is er inderdaad zo’n oorzaak te vinden dan zal de behandeling zich op deze oorzaak richten. Is zo’n oorzaak er niet (meer) dan heeft de huisarts diverse behandelmethoden ter beschikking. Pijnstillers Gaat het om acute pijn, dus pijn die naar verwachting snel weer voorbij gaat, dan kan de huisarts pijnstillers voorschrijven. Het is belangrijk dat u bij acute, ernstige pijn tijdig naar de huisarts gaat. Er is namelijk een kans dat acute pijn overgaat in chronische pijn. Ook bij chronische pijn zal de huisarts in veel gevallen pijnstillers voorschrijven. Pijnstillers kunnen verlichting geven, maar helpen niet altijd voldoende. Krijgt u medicijnen voorgeschreven, zorg dan dat u antwoord krijgt op de volgende vragen:
• Wat is het doel van de behandeling?
• Wanneer kan ik resultaat verwachten?
• Welke bijwerkingen kan ik verwachten?
• Kan ik het medicijn gebruiken bij mijn andere medicijnen?
• Op welke manier en in welke dosering moet ik het medicijn
gebruiken?
• Zijn er andere mogelijkheden voor behandeling?
• Wanneer moet ik terugkomen voor een vervolggesprek en
wanneer kan ik met het medicijn stoppen?
Pijnstilling met medicijnenPijnstillers genezen niet de oorzaak van de pijnklachten. Ze kunnen wel verlichting geven. Verwacht van medicijnen echter geen wonderen. Ze werken niet bij iedereen en kunnen bijwerkingen hebben, bij de één meer dan bij de ander. Het middel mag natuurlijk nooit erger worden dan de kwaal. Soms is het wel effectief, maar geeft het zoveel nare bijwerkingen, dat u er beter mee kunt stoppen. En soms gaat een middel na verloop van tijd minder goed werken. Vaak is er dan wel een ander middel voorhanden, dat minder problemen geeft. Praat hierover met uw arts. Zo nodig? Nee, altíjd! Veel mensen nemen pas een pijnstiller als ze (te) veel last hebben van de pijn. Lange tijd werden pijnstillers ook op die manier voorgeschreven. Het advies was dan: “Zo nodig één tablet.” Deze methode is achterhaald, zeker bij chronische pijn. Tegenwoordig gaan artsen ervan uit dat je de pijn maar beter voor kunt zijn. Neem de pijnstillers dus altijd in volgens het voorgeschreven schema en laat er niet één achterwege als het even wat beter gaat. De kans bestaat dat u daardoor de volgende dag extra pijn hebt. Hogere leeftijd, lagere dosering De dosering van pijnstillers verschilt per persoon en per aandoening. Soms is de voor u geschikte dosis anders dan in de bijsluiter staat. Uw behandelend arts kijkt samen met u welke dosis voor u het beste is. Het is belangrijk dat u daarbij aangeeft hoeveel pijn u hebt. Hebt u dezelfde klachten als uw jongere buurvrouw maar krijgt u pijnstillers in een lagere dosering voorgeschreven? Dat kan kloppen. Hoe ouder u bent, des te minder hebt u meestal nodig van een medicijn. Dat komt doordat de stofwisseling trager gaat werken, zodat ook medicijnen minder snel worden afgebroken in het lichaam. De werkzame stof blijft dus langer aanwezig in het bloed om haar pijnstillende werk te doen. Ouderen zijn in het algemeen gevoeliger voor bijwerkingen van medicijnen. Bepaalde medicijnen kunnen bij ouderen daarnaast een tegengestelde werking hebben. Kalmerende middelen bijvoorbeeld, veroorzaken bij ouderen soms juist agressief gedrag. Soms moet de dosis dus tussentijds worden aangepast. Het is daarom altijd belangrijk uw medicijngebruik regelmatig met uw arts te bespreken en niet steeds een herhalingsrecept te vragen via de assistente.
Welke medicijnen?Pijnstillers zijn er in soorten en maten: lichte pijnstillers met weinig bijwerkingen tot zware middelen met meer kans op bijwerkingen. Uw arts zal altijd proberen om u een zo licht mogelijk middel voor te schrijven. Daarvoor kan hij of zij gebruik maken van een stappenplan. Stap 1 zijn bijvoorbeeld paracetamol en NSAID’s (pijnstillende ontstekingsremmers). Werkt dit niet voldoende, dan is stap 2 de toevoeging van een zwakwerkend opiaat, zoals codeïne. Werkt dit ook niet voldoende, dan heeft de arts nog stap 3, sterkwerkende opiaten, ter beschikking, zoals morfine. De arts kan u bij pijn ook anti-epileptica, antidepressiva of slaap- en kalmeringsmiddelen voorschrijven. Dit zijn geen pijnstillers, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat u de pijn anders beleeft. Met slaap- en kalmeringsmiddelen zijn artsen echter heel voorzichtig, omdat ze verslavend kunnen werken.
Vergoed of niet?Niet alle behandelingen en pijnstillers die u van uw arts voorgeschreven krijgt, worden vergoed door uw zorgverzekeraar. Wilt u weten of u voor uw behandeling of medicijnen moet (bij)betalen, vraag dit dan aan uw zorgverzekeraar of apotheker. Uw arts zal u hier bij het voorschrijven misschien niet altijd volledig over informeren. Moet u voor uw medicijn bijbetalen, overleg dan met uw arts of apotheker of er een medicijn is met dezelfde werkzame stof dat wel wordt vergoed.